geen spoor 1.0
niets waaruit men de aanwezigheid, werking of invloed van iemand of iets zou kunnen
afleiden; niets waarneembaars omtrent de aanwezigheid, werking of invloed van iemand
of iets
Algemene voorbeelden
Drie dagen later werd haar Marokkaanse tuinman aangehouden. Het onderzoek leverde echter, zoals op het proces bleek, geen overtuigende bewijzen van Raddads schuld op. Zijn schoenen en kleren droegen geen spoor van bloed, huid of haar van het slachtoffer, het moordwapen is nooit gevonden.
Van de andere vogel was in de duisternis geen spoor te bekennen.
De deur was van binnenaf gesloten, het raam is niet open geweest; van een misdaad is in het vertrek geen spoor te bekennen.
Er was bij haar geen spoor van opluchting sinds vanmorgen te zien.
Van het plan is er nog geen spoor te bekennen.